Online Kanaal

Online Kanaal

Historie

DE KUIJPERKAART

DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 26): Jacob Kuyper tekende in de 19e eeuw kaarten van Nederlandse gemeenten. Op de kaart van de Gemeente Hoogezand (1867) is veel informatie af te lezen over de ontwikkelingen in Windeweer.

 

FUSIE HOOGEZAND EN WINDEWEER

De gemeente Windeweer fuseerde in 1821 met de gemeente Hoogezand. Op dat moment waren beide gemeenten economisch redelijk gelijkwaardig aan elkaar. Windeweer was in oppervlakte véél groter dan Hoogezand; maar Hoogezand lag weer wat centraler aan het Winschoterdiep, bij de Martenshoek; waardoor het logisch was om er het bestuurlijke centrum te vestigen voor de nieuw gevormde gemeente. Dit is de tijd waarin de huidige naam voor het dorp Kiel-Windeweer is ontstaan. Windeweer was de naam voor het gehele oorspronkelijke moerasgebied wat in de 17e eeuw bedoeld was als veenontginningsgebied. Het lag ‘tussen de Kalckwijck en het Hooge Sant tot aan de Annerveenen.’

 

DE KEIJL 

De Nieuwe Friesche Compagnie had de ontginningconssesie voor het ontginningsgebied Windeweer verkregen van de stad Groningen; waarbinnen de ‘keijl’ (kyl), en het aansluitende Kylcompagniesterdiep waren aangelegd door de ‘Kylcompagnie’. Een keijl is oud-Hollands voor het woord kuil. In de middeleeuwen gebruikte men het werkwoord ‘wegkeijlen’, wat zoveel betekende als het deponeren van meestal rotzooi in een diepe kuil. Om het moeras af te wateren werden er allereerst grote ‘keijlen’ gegraven, waarin het water kon weglopen. (‘Kyl’ werd in het Gronings uitgesproken als ‘Kiel’).

 

WINDEWEER

Naarmate de veenontginingen steeds verder naar boven toe vorderden (stroomopwaarts); werd de vrijgekomen moerasbodem in kavels verdeeld, en kwam er gelijkmatig steeds meer bewoning langs de verschillende diepen in Windeweer. Deze bewoners vormden de eerste gemeenschappen en verenigingen. De Kylcompagnie was niet de enige compagnie die actief was in het veenontginningsgebied Windeweer. Ook de ‘Nieuwe Friesche Compagnie’ was er actief en eerder was de Kalckwijck aangelegd door de ‘(Olde) Friesche Compagnie’. Bij de oprichting van de kerk (het kerspel) in Windeweer (18e eeuw); en later de gemeente Windeweer (begin 19e eeuw) werd gekozen voor een centrale plaats middenin Windeweer om het bestuurscentrum te vestigen; Dat was ongeveer halverwege het Kielsterdiep: Hier werden allereerst gebouwd; de school (tegenwoordig het pand waar het adres Pieter Venemakade 137 is gevestigd), daarnaast het kerkgebouw (tegenwoordig heet dit pand de Amshoff), en daar schuin tegenover het gemeentehuis (het pand waar tegenwoordig de adressen Dorpsstraat 142 en 144 in zitten), en de dorpsmolen (deze stond op het erf van het pand waar tegenwoordig het adres Dorpsstraat 146 is). Deze omgeving in de buurt van de middelste klapbrug was voor alle mensen die langs de verschillende diepen in het gehehele (voormalige) veenontginningsgebied Windeweer woonden en werkten (dus ook in Olde Friesche Compagnie en Nieuwe Compagnie) min of meer evengoed bereikbaar.

 

GEMEENTE HOOGEZAND

Na de fusie van de gemeente Windeweer met de gemeente Hoogezand werd gekozen voor Hoogezand als naam voor de nieuw gevormde gemeente; en ‘Windeweer’ bleef bestaan als de naam voor het dorp binnen die nieuwe gemeente. De Nieuwe Kompagnie, de Kalckwijck, Lula en ‘De Kiel’ werden voortaan bestuurlijk gezien als verschillende buurten die binnen het dorp Windeweer lagen.

Het dorp Kropswolde, met daarbinnen de buurt Wolfsbarge hoorde voordien ook bij de gemeente Windeweer, maar lag oorspronkelijk niet in het moeras, maar op de aan Windeweer grenzende oever. Kropswolde had voordien historisch al een eigen kerspel (kerk) gevormd. Een plaats werd indertijd als dorp gezien wanneer er een eigen ‘kerk met torenspits’ aanwezig was. Daarom werd Kropswolde in de nieuw gevormde gemeente Hoogezand niet langer bij Windeweer gerekend; maar werd het als apart dorp binnen de nieuw gevormde gemeente Hoogezand beschouwd, met daarbinnen de buurt Wolfsbarge gelegen.

 

HET KAARTJE VAN KUIJPER

Jacob Kuyper tekende in de jaren 1865-1870 kaarten van alle Nederlandse gemeenten. Dat waren er op dat moment 1200. De kaarten werden in 1871 gepubliceerd als atlas door uitgever Hugo Suringar te Leeuwarden. De kaart van Kuyper is naderhand veel als historisch bronmateriaal gebruikt en tegenwoordig nog steeds terug te vinden op bijvoorbeeld online encyclopedie Wikipedia. Aan de typografie en het verschil in formaat van de letters op de kaart is goed te herkennen wat de hoofdplaats van de gemeente is (Hoogezand); wat de plaatsnamen van de verschillende dorpen zijn (binnen de gemeentegrenzen; Westerbroek, Kropswolde en Windeweer, en daarbuiten; Noordlaren, Zuidlaren, Kolham, Sappemeer, Kleinemeer en Annerveenschekanaal); en wat de buurten binnen die verschillende dorpen zijn: De buurt in Windeweer langs het huidige Kielsterdiep wordt aangeduid met de naam ‘De Kiel’. Verder zien we in hetzelfde lettertype de buurten, Nieuwe Kompagnie, Kalkwijk, Lula en ook Vossenberg  werd toen als een buurt beschouwd (tegenwoordig herinnerd het landweggetje ‘de Vossenburg’ hier nog steeds aan).

 

MARITIEM KARAKTER 

Het kaartje uit 1867 laat goed zien dat het dorp Hoogezand in bijna 50 jaar na de fusie met Windeweer dankzij de industrialisering enorm gegroeid is. De nieuwe spoorlijn (die in 1868 vanaf de stad Groningen; Winschoten bereikte) staat erop aangegeven en ook het maritieme karakter m.b.t. de scheepsbouw is duidelijk herkenbaar: In ‘De Kiel’ te Windeweer worden de ‘scheepstimmerwerven’ (van de gebroeders Boerma) aangegeven; de locatie van het Kielsterveerhuis is terug te vinden, en ook het vallaat (de sluis) en verschillende klapbruggen staan gemarkeerd. Een interessant detail is dat het gedeelte helemaal stroomopwaarts (bovenin) het ‘Hoofddiep van Windeweer’ (Het Kielsterdiep) ‘De Gaffel’ wordt genoemd. Een gaffel is onderdeel van een klassiek gaffeltuigage; wat sinds omstreeks het jaar 1650 in de (zowel binnen- als buitengaatse) handelsvaart het meest gebruikelijke zeiltuigage in de scheepvaart was geworden. De gaffel is een boom (een paal) waaraan het bovenlijk (de bovenzijde) van het zeil wordt bevestigd; en vervolgens d.m.v. een klauw om de mast naar boven in de top wordt gehesen. Het suggereert dat men het Kielsterdiep indertijd beschouwde als de mast van een zeilschip; met helemaal beneden (stroomafwaarts) ‘De Kiel’ (de oude keijl) en helemaal bovenin ‘De Gaffel’ (de kiel is het onderste gedeelte aan de onderkant van een schip). Met een beetje fantasie kunnen de grote kavels grond aan weerszijden van het Kielsterdiep (de mast), welke in een driehoekige vorm richting ‘De Gaffel’ lopen worden opgevat als de zeilen van het schip. Deze metafoor klopt bovendien omdat een groot deel van de economie (de voortstuwing) in Windeweer toen al voornamelijk draaide om de aardappelteelt (die op deze gronden werden verbouwd) voor de onderneming van W.A. Scholten.

 

DE KIELSTERACHTERWEG

Op het kaartje is ook te zien dat de huidige Zuidlaarderweg kruist met de verharde ‘Straatweg naar Zuid’, welke is aangesloten op de (dan nog onverharde) ‘Kielster Zwarte weg’ (die beide wegen samen vormen tegenwoordig de Kielsterachterweg), welke weer verbonden is met de weg die tegenwoordig de Wildervanksterweg heet. Een jaar later (in 1868) werd de ‘Kielster Zwarte weg’ doorgetrokken richting Stadskanaal; terwijl op dat moment de verbinding via het water (Het Kielsterdiep via het Stadskanaal) al reikte tot aan de grens met het Duitse keizerrijk bij Munnikemoer. De uiteindelijke waterverbinding over de grens met de rivier Eems (via het Ruijtenbroekkanaal) kwam ruim 10 jaar later (in 1878) tot stand.

 

SCHAALVERDELING

Een ander opvallend detail is dat de schaal van de kaart niet alleen in het (tegenwoordig gebruikelijke) metrieke stelsel wordt weergegeven; maar daarnaast ook is verdeeld in ‘Nederlandsche Mijlen’ (afgeleid van het Rijksdriehoeks coördinatenstelsel) en ‘Halve uren gaans’ (de afstand die de gemiddelde man in een half uur te voet aflegt). Hieruit is op te maken dat de kaart waarschijnlijk bedoelt is ter oriëntatie voor (handels)reizigers, en dat de kloktijden door de komst van fabrieken een relevante factor in de maatschappij waren geworden. Onderaan  de kaart is te lezen dat de oppervlakte van de gehele gemeente Hoogezand bestaat uit 5794 bunders (de bunder is gelijk aan 1 hectare); en op dat moment 8000 inwoners heeft. Verder staat vermeld dat er binnen de gemeente Hoogezand behalve ‘brandspuitfabrieken’ en een ankersmederij; er tevens ook diverse wind- en stoommolens; en drie z.g.n. ‘stoom- oliemolens’ aanwezig waren. Machines die werkten d.m.v. aardolie als brandstof begonnen zich in dezelfde periode (omstreeks 1867) voor het eerst te ontwikkelen: Hoogezand was dus waarschijnlijk een gemeente die behoorlijk met haar tijd meeging, en daardoor over de (voor die tijd) meest moderne technieken beschikte.

DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 25): Tussen 1850 en 1880 komen er twee belangrijke verbindingen over de grens met het Duitse keizerrijk tot stand; Het Kielsterdiep komt in verbinding met rivier de Eems, en er werd een spoorlijn aangelegd.
DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 24): Door de industrialisering groeit tijdens de loop van de 19e eeuw de vraag naar grondstoffen, en ontdekt men onderwijl ook nieuwe energiebronnen.
DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 23): Rondom de Martenshoek bij het Hoogezand ontwikkelen zich verschillende scheepswerven. Ook in Kiel-Windeweer worden tjalken gebouwd bij de werf van de gebroeders Boerma.