Online Kanaal

Online Kanaal

Historie

DE KONINGSDRAAI

DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 18): Dankzij ‘de koningsdraai’ kwam in 1817 bij Bareveld eindelijk de door de stad Groningen langgewenste aansluiting van het Kielsterdiep op het Stadskanaal tot stand.


‘KANALEN KONING’

Willem I werd ook wel ‘Koning-koopman’ genoemd. Tijdens zijn ballingschap in Engeland had hij de voordelen van stoommachines gezien, en de nieuwe mogelijkheden om daarmee grootschalige fabrieken op te zetten waarmee productie veel sneller en efficiënter kon worden aangepakt. Willem I moet hebben begrepen hoe de organisatie en infrastructuur zich in Engeland daaromheen in korte tijd (+/- 30 jaar) had ontwikkeld met kilometers lange spoorwegen voor lange stoomtreinen en brede kanalen voor grote stoomboten. Waarschijnlijk besefte hij dat dit vroeger of later ook de toekomst voor de Nederlanden zou gaan bepalen. Willem I stichtte de ‘Nederlandsche Handel-Maatschappij’ en investeerde persoonlijk in het graven van kanalen, het aanleggen van (spoor)wegen en het opzetten van industrieën. In het zuiden van de Nederlanden (waar het tegenwoordige België sinds Napoleon ook onderdeel van was geworden) werden industrieën opgezet, en in het noorden, waar de belangrijkste methode van transport intussen al eeuwen over het water ging; werden in opdracht van de ‘kanalenkoning’ nieuwe kanalen en wegen aangelegd.

 

GRENZEN 

In die tijd ging het Kielsterdiep over in het Annerveenschekanaal, wat daarna doodliep bij Bareveld op een punt waar ook het kanaal vanuit Wildervanck was uitgekomen en daar tevens doodliep. Er was vanaf Bareveld een begin gemaakt met het ‘Canaal van den Stad’ (Stadskanaal) richting Ter Apel volgens het intussen historische plan uit het begin van de 17e eeuw van de landmeters Sems (namens Groningen) en de la Haye (Drenthe); maar Ter Apel was nog niet bereikt en dit ‘Stadskanaal’ liep dood ter hoogte van de plaats waar tegenwoordig Nieuw Buinen ligt. Het Bourtangermoeras maakte daar een sterke afbuiging richting het zuiden en de overgrote delen van de nog te ontginnen veengebieden lagen aan de Drentse zijde van de Sems- (en de la Haye) linie. Er was tussen de nieuw ontstane provincies Groningen en Drenthe bovendien onduidelijkheid over de vraag of het klooster Ter Apel volgens het oorspronkelijke plan van Sems en de la Haye nu bij Groningen of toch bij Drenthe hoorde. Verder oosterlijk was er ook nog een nieuwe grens bijgekomen, die niet geheel duidelijk gedefinieerd was; De grens met een na Napoleon nieuw gevormd keizerrijk waar de Nederlanden bovendien niet langer deel van uitmaakten: Het Duitse Keizerrijk.

De bezitters van de moerasgronden aan Drentse zijde van de Semslinie uit de plaatsten Eext en Valthe (op de Hondsrug) wilden hun gronden ook gaan vervenen voor de turfwinning, maar hadden zeer beperkte mogelijkheden om het moeras af te wateren. Zij zochten al decennia lang aansluiting op het Stadskanaal; maar hierdoor ontstond extra wateroverlast waarvoor de eigenaar  van het kanaal (de stad Groningen) extra kosten moest maken om de waterstanden op peil te houden t.b.v. de boeren die in de ontgonnen moerasgebieden hun behuizing hadden, dieren hielden en producten verbouwden.

 

DE KONINGSDRAAI 

Om de stagnatie te doorbreken bracht Willem I in 1814 een bezoek aan Bareveld. N.a.v. dit bezoek kregen de Gedeputeerde Staten van Groningen en Drenthe aangezegd het met elkaar eens te worden: Er werden randvoorwaarden vastgesteld waaraan een nieuw convenant moest voldoen. Ook zette Willem I namens het Rijk een gezant aan de onderhandelingstafel; de Jonkheer J.S.G.J. Burmania Rengers. Bij het Koninklijk Besluit van 15 november 1815 werd de grens tussen de provincies Groningen en Drenthe opnieuw vastgesteld. Onenigheden en misverstanden die gaandeweg waren ontstaan over de vraag waar de Semslinie nu precies liep, en of Ter Apel nu bij de nieuwe provincie Groningen of bij Drenthe hoorde werden hiermee opgelost. Dit besluit vormt tegenwoordig nog steeds de officiële basis m.b.t. de provinciegrens aldaar, en staat bekend als ‘De Koningsdraai’.

 

HET CONVENANT

Op basis van de ‘koningsdraai’ werden alle verdere onderhandelingen besloten in een convenant wat in 1817 werd overeengekomen: De moerasgrondbezitters aan de Drentse zijde van de Semslinie mochten hun gebieden via mondingen op het Stadskanaal ontwateren onder de voorwaarde dat zij de gewonnen turf dan ook over datzelfde kanaal, en vervolgens via het Annerveenschekanaal (in handen van de familie Grevelink), het Kielsterdiep, en het Winschoterdiep naar de stad Groningen transporteerden voor verdere verhandeling. Op die manier zou de stad Groningen voldoende inkomsten verkrijgen t.b.v. het onderhoud, het bijhouden van het waterpeil, en operationeel houden van alle bruggen en sluizen. Het kanaal vanuit Wildervanck was in particuliere handen. De stad Groningen wilde daar geen concurrentie mee omdat gevreesd werd niet alleen passagegelden mis te lopen, maar uiteindelijk ook de controle kwijt te raken. In het convenant werd daarom opgenomen dat de verbinding tussen het Stadskanaal en het Annerveenschekanaal mocht worden aangelegd; maar dat de dam tussen het Stadskanaal en het kanaal uit Wildervanck niet mocht worden doorstoken. In april 1817 werd het convenant getekend, en op 17 mei 1817 trad het in werking, waardoor (via dus het Kielsterdiep en het Annerveenschekanaal) eindelijk de lang gewenste verbinding werd gelegd tussen het Winschoterdiep en het Stadskanaal.

(Pas in 1872, werd uiteindelijk ook de dam tussen het Stadskanaal en het Wildervanckster kanaal doorgegraven en vervangen door een brug. Sindsdien is de situatie in Bareveld anno 2026 nog steeds hetzelfde).

DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 19): In Windeweer en de omgeving heerste er in eerste instantie wantrouwen tegen de aardappel. Men had nog nooit een plant gezien die niet uit zaad maar uit knollen groeide.
DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 17): Tussen 1811 en 1821 vormde de zelfstandige gemeente Windeweer per keizerlijk decreet het bestuur voor de dorpen Olde Friesche Compagnie, Nieuwe Compagnie, Kiel(-Windeweer), Wolfsbarge en Kropswolde.
DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 16): Tussen 1798 en 1949 was er een regelmatige veerdienst d.m.v. trekschuiten over het water tussen Windeweer en de Stad Groningen: ‘De snik op stad’.