Online Kanaal

Online Kanaal

Historie

EEN ONDERNEMER IN FOXHOL

DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 20): In Foxhol strijkt een jonge ambitieuze ondernemer uit Gelderland neer die een gouden handel ziet. Het is Willem Albert Scholten die er de basis legt voor de eerste Nederlandse industriële multinational.


GOUDEN TOEKOMST

Na het turbulente begin van de 19e eeuw (A.D. 1800 t/m 1899) zag de toekomst er vanaf het voorjaar in 1817 rooskleurig uit voor de gemeente Windeweer. Dankzij de ‘koningsdraai’ en het daaruit voortgekomen convenant was de langgewenste verbinding bij Bareveld met het Stadskanaal tot stand gekomen, en reikte het Kieldiep hierdoor in feite helemaal tot in Nieuw Buinen. Daarmee konden eindelijk de grote nog onaangebroken veengebieden in Drenthe worden ontwaterd waardoor een behoorlijke toename van de trekvaart door het Kielsterdiep viel te verwachten. Dat betekende natuurlijk meer passagegelden bij het ‘Kielster vallaat’, en dus automatisch ook meer inkomsten voor de middenstanders en uitbaters die in de buurt van de bruggen en sluizen langs het diep allerlei winkeltjes en dienstverleningen aan huis hadden om de wachtende schippers en scheepsjagers te voorzien in broodnodige versnaperingen, hand- en span diensten, en / of verpozing.

 


TOENEMENDE VRAAG NAAR AARDAPPELEN

Daarbij nam de populariteit van de duivelsknol (aardappel) als goedkoop voedsel steeds meer toe onder een grote hoeveelheid arbeiders. Ten eerste natuurlijk de arbeiders die in het Drentse veen aan de slag gingen; maar ook elders in de Nederlanden; bij de aanleg van allerlei nieuwe land- en waterwegen, welke door Willem I medegefinancierd waren: Tussen 1815 en 1832 bereikte die hernieuwde kanalengraverij een hoogtepunt: Er werd 481 kilometer aan kanalen aangelegd, (waarvan 290 kilometer in Noord-Nederland).

De aardappel werd gekookt, gepoft, gebakken, gestoofd; of vermalen tot meel. Gaandeweg werd er steeds meer mee geëxperimenteerd en uitgeprobeerd. Met aardappelmeel bleek vanalles mogelijk. In Sappemeer was boer Hero Jan, die een eettenttje met de naam ‘t Hoogholtje aan huis had (genoemd naar de hoogholt bruggetjes die er over het diep heen lagen). Hij stookte er likeur van om aan passanten te verkopen (jaren later ging hij over op graan als grondstof); en in het jaar 1819 werd er in Holland, te Gouda voor het eerst stroop uit aardappelmeel gewonnen: Een gewilde nieuwe smaakmaker.

Dankzij de vruchtbare moerasbodem bleken aardappelen prima te groeien in voormalige Veenkoloniën zoals Windeweer. De boeren lachten in hun vuistje: Er was veel concurrentie tussen alle verschillende ondernemingen die overal in het land steeds meer om het product vroegen; waardoor zij deze steeds aan de hoogste bieder konden verkopen. Waar voorheen de turf uit de veenkoloniën naar heinde en verre werden verhandeld en verscheept; gebeurde dat vanaf de 19e eeuw meer en meer met aardappelen.

Naarmate de vraag toenam; nam tevens de vraag naar de verwerking tot aardappelmeel toe. Het vermalen van producten gebeurde sinds honderden jaren d.m.v. molens (aangedreven door de wind of het stromende water van een rivier); maar in die periode worden ook de eerste kleinschalige fabrieken met rosmolens (paardenmolens) opgezet t.b.v de aardappemeelproductie. In eerste instantie nog voornamelijk in de zuidelijke Nederlanden (België); wat zich in 1830 van de Nederlanden afscheid.

 


WILLEM ALBERT SCHOLTEN

In 1840 meldt zich een ambitieuze jongeman van amper twintig jaar oud in Foxhol. Zijn naam is Willem Albert Scholten en hij is afkomstig uit Gelderland. Twee jaar eerder was hij op achttien jarige leeftijd als arbeider begonnen bij de werkplaats van een oom; waar hij leerde hoe aardappelen konden worden vermalen, om vervolgens te worden verwerkt tot aardappelzetmeel. Nadat die werkplaats was getroffen door brand besloot de jonge Scholten voor zichzelf te beginnen, en is opzoek gegaan naar een geschikte locatie om een nieuwe fabriek op te zetten. Om transportkosten te besparen lag het voor de hand om bij het starten van een nieuwe aardappelmeelfabriek voor een locatie te kiezen in (of dichtbij) de Groninger Veenkoloniën. De keuze viel voor een locatie aan het Foxholstermeer, wat in directe verbinding stond met het kanalenstelsel van de Veenkoloniën (het Winschoterdiep), en daardoor was het gunstig gelegen voor de aan- en afvoer van de producten. Bovendien was er voldoende schoon water in de buurt om de aardappelen te wassen en te verwerken.

In 1840 kocht de jonge Scholten een rosmolen en haalde werkpaarden van de markt in Zuidlaren. In januari 1842 startte zijn bedrijf aan het Foxholstermeer onder de naam ‘Eureka’.

De enige concurrentie in de omgeving kwam van de Amsterdammer J.A. Boon die zijn fabriek twee jaar eerder was begonnen te Muntendam. Dat bedrijf stond echter niet aan het water, waardoor de kosten voor de aan- en afvoer hoger uitvielen; en er gaan verhalen rond dat daar de aardappelen ‘s nachts soms op raadselachtige wijze van het terrein verdwenen, waardoor deze bewaakt moesten worden. De fabriek van Boon bleek uiteindelijk te klein om rendabel te zijn en verdween.

DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 19): In Windeweer en de omgeving heerste er in eerste instantie wantrouwen tegen de aardappel. Men had nog nooit een plant gezien die niet uit zaad maar uit knollen groeide.
DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 18): Dankzij ‘de koningsdraai’ kwam in 1817 bij Bareveld eindelijk de door de stad Groningen langgewenste aansluiting van het Kielsterdiep op het Stadskanaal tot stand.
DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 17): Tussen 1811 en 1821 vormde de zelfstandige gemeente Windeweer per keizerlijk decreet het bestuur voor de dorpen Olde Friesche Compagnie, Nieuwe Compagnie, Kiel(-Windeweer), Wolfsbarge en Kropswolde.