Online Kanaal

Online Kanaal

Historie

ALETTA JACOBS

DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 22): Aletta Jacobs (1854-1929) is de eerste vrouw waarvan bekend is dat ze een universitaire studie succesvol afrondde. In 1840 kwamen haar ouders in Kiel-Windeweer wonen.

 

WEERBAARHEID

Het was nog niet zo lang geleden toen burgers nog geen zelfbeschikkingsrecht hadden. Het recht van de sterkste gold. Bevolking van een land kreeg bescherming, orde en veiligheid in ruil voor belasting aan de landheer(ser). De baas in het land; de persoon met het sterkste leger. Weerbaarheid was de graadmeter voor autonomie en de mate waarin verantwoordelijkheden werden verdeeld. Hoe sterker je was, des te zelfstandiger je werd; maar ook hoe groter de weerstand zou worden waarmee je kon worden geconfronteerd. Alles hing aan elkaar d.m.v. allianties en handel.

Tijdens de Franse revolutie was deze manier van denken veranderd en de orde verschoven. De heer(ser) was niet langer verantwoordelijk voor de bescherming, orde en veiligheid van de bevolking in een land; maar de staat. De staat die werd gevormd door de gemeenschap. Gemeenschappen die werden gevormd op basis van ‘meeste stemmen gelden’: Democratie.

 

EMANCIPATIE

Alle weerbare mannen hadden zelfbeschikkingsrecht gekregen en daarmee dezelfde privileges die alleen de vorst voorheen had. Mensen die nog werden gezien als te zwak of te kwetsbaar om zichzelf te kunnen handhaven of te kunnen verdedigen kregen dit recht op zelfbeschikking (nog) niet. Om zelfstandig te zijn moest men voldoende middelen kunnen verwerven om een bestaan mee op te bouwen. Voldoende middelen konden in die tijd vooral worden verworven d.m.v. het verrichten van zware arbeid en de handel in de producten daarvan. Vrouwen, kinderen en fysiek minder sterkere / intelligente lieden, konden gemiddeld fysiek minder zware arbeid verzetten en kregen daarom minder betaald. Men zag het eeuwenlang als de edelmoedige taak van weerbare mannen om fysiek minder sterkeren dan zijzelf; bescherming te bieden tegen kwade zaken zoals prostitutie, uitbuiting en geweld.

 

DE GRONINGER VEENKOLONIËN 

Dankzij de grote welvaart die sinds het nieuwe denken vanaf 1815 op gang begon te komen; begon ook steeds meer het denken over de positie van de vrouwen en de dochters van weerbare mannen te veranderen. In de Veenkoloniën was het normaal dat vrouwen en kinderen meehielpen bij het jagen van schepen of het werk op het land. Geert Joosten Bodewes, begon in 1815 samen met zijn vrouw Geertje Wijnkes Bijlholt een scheepswerf te Martenshoek en Willem Albert Scholten betrok zijn vrouw Klaziena Sluis direct binnen de administratie en organisatie van zijn nieuwe onderneming in Foxhol (1847). Dit moet Abraham Jacobs, heel- en vroedmeester, en Anna de Jongh; samen de ouders van Aletta Jacobs hebben geïnspireerd en het vertrouwen gegeven om ook hun dochter de kans te geven het vak van haar vader eigen te maken. Voordat het gezin naar Sappemeer verhuisde woonden de ouders van Aletta Jacobs in Kiel-Windeweer. In haar autobiografie schreef Aletta Jacobs daarover het volgende:

‘t Was in het jaar 1840, dat mijn ouders, Abraham Jacobs en Anna de Jongh, beiden toentertijd ongeveer drie en twintig jaar oud, zich als jonggehuwden gingen vestigen te Kiel-Windeweer, een dorpje in de provincie Groningen, waar mijn vader het beroep van medicus zou uitoefenen. Daar de praktijk voor het totaal onbemiddelde echtpaar de eenige bron van inkomsten was, deed moeder, althans gedurende de eerste jaren van haar huwelijk, het huishouden zonder eenige hulp. En dat beteekende in die jaren meer, veel meer dan nu. Moeder bakte zelf het brood, bereidde de boter en kaas, deed de wasch, zorgde voor den inmaak, pekelde vleesch en maakte worst, en spinde, naaide en stopte al wat voor de jonge huishouding noodig was. Vader was dikwijls den geheelen dag van huis, want verreweg de meeste patiënten moesten bezocht worden op afgelegen hofsteden, die vaak uren loopens vroegen. Als hij dan ’s avonds moe terugkeerde, hielp moeder hem meestal nog bij het bereiden der medicijnen, welke in dien tijd, althans op het platte land, door den geneesheer werden geleverd. En ieder jaar deed in den huize Jacobs een nieuwe wereldburger zijn intrede. Na het derde kind begrepen vader en moeder, dat de uitbreiding van het dorp geen gelijken tred zou houden met de uitbreiding van hun gezin. De praktijk bleek op den duur niet behoorlijk in het levensonderhoud van ouders en kinderen te kunnen voorzien, reden waarom Sappemeer tot woonplaats werd gekozen.’

Aletta Jacobs werd in 1871 toegelaten als studente medicijnen aan de universiteit in de stad Groningen, en legde in 1877 en 1878 succesvol haar eindexamen af. Ze werd daarmee de eerste vrouwelijke arts in Nederland.

 

DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 23): Rondom de Martenshoek bij het Hoogezand ontwikkelen zich verschillende scheepswerven. Ook in Kiel-Windeweer worden tjalken gebouwd bij de werf van de gebroeders Boerma.
DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 21): De uitvinding van de stoommachine ontketende een industriële revolutie in Europa. Het bedrijf van W.A. Scholten introduceert de eerste stoommachine in het noorden van Nederland.
DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 20): In Foxhol strijkt een jonge ambitieuze ondernemer uit Gelderland neer die een gouden handel ziet. Het is Willem Albert Scholten die er de basis legt voor de eerste Nederlandse industriële multinational.