Online Kanaal

Online Kanaal

Historie

VEENBRANDEN

DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 28): Eind 19e eeuw heeft turf als brandstof veel concurrentie gekregen van steenkool. Om het veen geschikt te maken voor het verbouwen van boekweit wordt de toplaag weggeschroeid d.m.v. vuur.

Langs de diepen en wijken in provincie Groningen lag de moerasbodem er reeds volledig ontgonnen en toegemaakt tot landbouwgrond bij; maar aan de andere kant van de Semslinie in provincie Drenthe was nog een groot deel van het Bourtangermoeras intact. In die tijd wordt in die resterende veengebieden de Hoogeveense vaart aangelegd. Er worden daarbij geen wijken meer gegraven; het veen gaat over spoorrails naar nabijgelegen fabrieken. Turf is er niet langer hoofdproduct, maar wordt verwerkt tot turfstrooisel, actieve kool en later ook potgrond.

 

BOEKWEIT

Wanneer het moeras al wel grotendeels ontwaterd is, maar het veen nog niet gewonnen, probeerde men hier gewassen op te laten groeien. Uit het Duitse keizerrijk arriveerden arbeiders, die er boekweit gingen verbouwen. Om het veen geschikt te maken werd de bovenlaag weg geschroeid. De boekweitbrander gebruikte een steelpan of een vuurkorf. Zo’n vuurkorf was een mand van gevlochten bandijzer met een steel eraan. Ze haalden de hete kooltjes uit het vuur en staken daarmee heel voorzichtig de brand in het veen. Het veen moest smeulen en niet branden. Als er maar voldoende as ontstond; want dankzij de as werd de grond vruchtbaar. Daarin kon de boekweit worden uitgezaaid.

Het boekweitbranden was een smerig werk. De rookwolken die opstegen, verduisterden de hele omgeving. De zon was door de nevels heen hooguit zichtbaar als een matte wit / oranje schijf. Alles kreeg een grijsblauwe kleur. Door de dampen zag men nauwelijks wat men deed of waar ze waren. De rook drong overal door in de huizen tot in de kamers en de kledingkasten. Hoestend en met betraande ogen baanden de boeren zich hun weg door de dampen heen. De ogen druipend door de rook aangedaan. Waarschijnlijk kauwend op een korst tarwe of roggebrood om nog wat speeksel in de mond te houden.

 

RAMPEN

Als het lang droog was gebleven, werd de kans groter dat het niet bij smeulend veen bleef, maar dat dit echt vlam vatte. De ramp was dan niet te overzien. Het duurde maar even of een woeste vuurzee joeg over het land. Huizen en korenvelden werden door de vlammen verwoest. Er gaan verhalen over grote rampen die zo zijn ontstaan; boekweitbranders die werden verrast door een plotseling opkomende wind waardoor de vlammen oplaaiden en er geen houden meer aan was: Brandspuiten die per praam naar het rampgebied werden gevaren, maar de hulpverleners konden soms vanwege de enorme hitte niets meer uitrichten. Schepen, huizen en hutten werden door het vuur vernietigd. In hun wanhoop sprongen de bewoners in het de diepen. Schippersgezinnen die met vrouw en kinderen in de ijzeren schepen levend werden geroosterd. Kilometers ver zaaiden de vlammen dood en verderf. Tonnen turf ging verloren.

Tientallen mensen van de ene dag op de andere dakloos geworden. Er gaan verhalen dat men er in de Hollandse en Duitse steden, zelfs tot in Moskou, de rook die bij dergelijke rampen vrijkwam aan de hemel kon waarnemen.

 

GRIMMIGE NADAGEN

Het veen was vol rumoer van stakingen.  ‘Bollejagen’ werd dat genoemd. Ruiten gingen aan diggelen, turfbulten brandden, marechaussees rukten uit, de sabel in de hand. De jacht op het bruine goud had in de nadagen een grimmig karakter gekregen. Er waren er geruchten dat het veen zelfs met opzet in brand werd gestoken. De turf kon de concurrentie met de steenkool niet meer aan. De vervener beurde aan de verzekeringsuitkering voor zijn verbrande turf meer dan deze bij verkoop zou opbrengen. Ook de turfgravers werden wel van brandstichting verdacht. In deze tijden werd er op hun loon gekort.

Vanwege alle overlast werd het veenbranden in 1925 verboden.

DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 27): De provincie Groningen bereikte in de tweede helft van de 19e eeuw een periode van grote bloei en welvaart. Bijna nergens in het land rookten er meer fabrieksschoorstenen dan in de Veenkoloniën.
DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 26): Jacob Kuyper tekende in de 19e eeuw kaarten van Nederlandse gemeenten. Op de kaart van de Gemeente Hoogezand (1867) is veel informatie af te lezen over de ontwikkelingen in Windeweer.
DE GESCHIEDENIS VAN KIEL-WINDEWEER (Deel 25): Tussen 1850 en 1880 komen er twee belangrijke verbindingen over de grens met het Duitse keizerrijk tot stand; Het Kielsterdiep komt in verbinding met rivier de Eems, en er werd een spoorlijn aangelegd.