DE INDUSTRIËLE REVOLUTIE
De decennia rondom de eeuwwisseling van 1799 (18e eeuw) naar 1800 (19e eeuw) waren turbulent. De stoommachine was in de loop van de 18e eeuw ontwikkeld en begon een revolutie te ontketenen. Ondernemingen waren niet langer aangewezen op werktuigen die enkel werden aangedreven d.m.v. water, wind en spierkracht; maar konden nu vele ‘paardenkrachten’ bundelen m.b.v. stoommachines die nooit moe werden en eindeloos door konden ploegen. Met name in het Britse rijk liep men voorop bij het opzetten van de eerste fabrieken in een industriële aanpak. De scheepvaart was niet langer afhankelijk van alleen de waterstroming en de wind; en over land gingen de allereerste treinen rijden. Alles ging steeds sneller en in steeds grotere volumes.
Daarnaast was dankzij de boekdrukkunst en het onderwijs de bevolking ook veel beter geïnformeerd dan honderd jaar eerder (van 1699 naar 1700). De bevolking leerde steeds beter lezen, schrijven en rekenen. Dit was niet langer exclusief aan geleerde kerkbesturen of rijkere dames en heren voorbehouden; kennis en informatie was steeds gemakkelijker te verspreiden via gedrukte pamfletten, boeken en de eerste kranten die toen verschenen. Dit veroorzaakte een grote omslag in het algemene denken over macht en bezit.
DE FRANSE REVOLUTIE
Met name in Frankrijk; waar het hof in Parijs zich over de eeuwen heen met gigantische pruiken, opgepoederde en voorgeparfumeerde pretenties, in belachelijke kostuums tot een exorbitante decadentie had ontwikkeld. Onder de burgerij ontstond weerstand tegen de adel en er ontwikkelden nieuwe gedachten over onafhankelijkheid, over de vrijheid van het individu en de rechten over gedane arbeid: Het land wat honderden jaren lang onder het beheer en de bescherming viel van de sterkste heer(ser); zou van iedereen moeten zijn: bezit was datgene waarvoor de mens zelf had gewerkt. Land en het bewaken van de orde was het recht van de bevolking zelf. Bestuur moest democratisch worden verkozen. De nieuwe orde werd vastgelegd in nieuwe constituties en grondwetten. De wetgevende macht, de handhavende macht en de rechtsprekende macht die voorheen allemaal onder het takenpakket vielen van de landsheer(ser) werden gescheiden. ‘De scheiding der machten’. Met de individuele mens centraal in ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap’. Iedereen kreeg dezelfde rechten als de oude adel. Geen ‘onderdaan’ of ‘lijfeigene’ / bezit onder de bescherming van een heer(ser) of dame, of geloofsgemeenschap, maar iedereen zelfstandig en autonoom. Iedereen mocht nu een achternaam aannemen en de vruchten plukken van eigen gedane arbeid en opgestoken kennis. Handel in de vruchten daarvan moest vrij zijn en zonder belastingen. Onder druk en aanvoering van de Franse legeraanvoerder Napoleon werd de adel in Frankrijk afgezet en overal in Europa braken revoluties uit tegen de oude machtsstructuren. De landheren, ridders, graven, hertogen, prinsen en koningen moesten hun landen afstaan aan het volk. Ook binnen de gewesten van de republiek der verenigde Nederlanden, werd de structuur waarin de macht verdeeld was fundamenteel herzien.
DE BATAAFSE REPUBLIEK
De Nederlanden waren sinds de tachtigjarige oorlog verdeeld in relatief onafhankelijke ‘gewesten’ met aan het hoofd van ieder ‘gewest’ bijvoorbeeld een graaf, hertog of landsheer. Het gewest ‘Groningen stad en ommelanden’ werd bestuurd door landsheren, en de landen in het voormalige Oversticht (het gebied waar tegenwoordig de provincie Drenthe ligt) werden bestuurd door ridders. De graaf van het gewest Holland in Den Haag was op basis van erfopvolging tegelijk als prins het hoofd over alle gewesten die zich ooit bij de republiek der verenigde Nederlanden hadden aangesloten. Met militaire steun van het Franse leger werd in 1795 de republiek der verenigde Nederlanden opgeheven. De prins werd afgezet en naar Engeland verbannen. De gewesten werden opgeheven, en de landen werden hernoemd op basis van de oude volken die langs de verschillende rivieren en kusten leefden; de Eems, de IJssel, de Rijn, de Maas, de Dommel, de Delf, de Amstel en Tessel; samen noemden zij zich Batavieren en vormden gezamenlijk een nieuwe vrije republiek: De Bataafse Republiek. Er werd een parlement opgericht en de eerste landelijke verkiezingen werden gehouden.
De stad Groningen werd eerder bestuurd door de dames en heren vanuit hun borgen in de Ommelanden, en was vóór de revolutie formeel ‘Heer’ over de meeste ommelanden, maar verloor hierdoor de zeggenschap in de gebieden. Zo ook in de Veenkoloniën. In het fort op de ‘boer tange’ werden Franse soldaten gelegerd en werd sindsdien chique op zijn Frans aangeduid als ‘Bourtange’. De diepen / kanalen werden publiek bezit. De bestaande gemeenschappen organiseerden zich in ‘gemeenten’. Een nieuwe bestuursvorm die het ‘gemeenschappelijk’ belang op democratische wijze moest behartigen. Het Heerendiep werd hernoemd in ‘Winschoterdiep’ en er hoefde geen passagegelden meer te worden betaald bij het gebruik van de kanalen; dus geen inkomsten meer voor de stad Groningen. Het bestuur van de stad besloot in 1800 het verdergraven van het Stadskanaal stil te leggen. Particuliere grondbezitters met veengronden aan de Hondsrug zagen in deze periode gelegenheid om met hun wijken de Semslinie te overschrijden en door te graven zodat zij konden afwateren op het Stadskanaal. Dit had weer grote wateroverlast tot gevolg voor de boeren in Wildervanck en Windeweer, die op hun beurt de wijken weer dichtgooiden met dammen; met de nodige onderlinge conflicten tot gevolg.
FRANSE KEIZERRIJK
Deze nieuwe (voor die tijd nog experimentele) vorm van landsbestuur bleek al gauw tot chaotische situaties te leiden en de roep om een hernieuwde centrale leiding nam steeds meer toe. In Frankrijk werd de aanvoerder Napoleon door het volk verkozen tot keizer over de ‘bevrijde’ landen, die in 1806 zijn broer Lodewijk aanstelde om de Nederlanden te beheren als koning. De ‘Bataafse Republiek’ werd hierdoor na elf jaar alweer opgeheven en het ‘Koninkrijk Holland’ werd opgericht. De kust- en rivierenlanden die de Bataafse Republiek hadden gevormd werden weer opgedeeld in de voormalige gewesten zoals die onder de verenigde republiek hadden bestaan. De gewesten werden echter deels opgeknipt (kleiner gemaakt), in bijvoorbeeld Noord- en Zuid- Holland, de Ommelanden in Friesland en Groningen, en het voormalige Oversticht in Overijssel en Drenthe; welke voortaan; ‘departementen’ werden genoemd (en in deze vorm beter te controleren waren).
In het Britse rijk was de monarchie ondertussen wél in stand gebleven en werd Napoleon gezien als een grote lastpak. In 1809 vielen de Britten Frankrijk aan om de oude orde op het Europese vaste land te herstellen. Onder deze staat van beleg besloot Napoleon in 1810 zijn broer Lodewijk als koning weer terug te trekken en de Nederlanden rechtstreeks in te lijven onder zijn keizerlijke gezag binnen het Franse rijk.
In 1811 richtten ‘de geïnteresseerden’ onder deze situatie de zelfstandige ‘Gemeente Windeweer’ op voor de inwoners van de dorpen Olde Friesche Compagnie (Lula / Kalckwijk), Nieuwe Compagnie, en Kiel. Het gemeentehuis werd (net zoals eerder het kerkgebouw, de school en de molen) op een voor alle dorpen zo centraal mogelijke plaats binnen de gemeente gebouwd.
KONINKRIJK DER NEDERLANDEN
In 1813 trokken de Franse legers zich weer terug uit de meeste Nederlanden en in 1815 verloor het Franse keizerrijk bij Waterloo de slag tegen de Britten. Hierdoor kwamen de meeste Nederlanden weer onder de invloedsfeer van het Britse rijk. De bestuurlijke indeling in ‘departementen’ uit het Franse keizerrijk bleven nu qua verdeling min of meer hetzelfde; maar werden voortaan ‘provincies’ genoemd. De verbannen graaf van gewest Holland en prins van de vroegere ‘verenigde republiek der Nederlanden’ keerde terug uit Engeland en werd nu de koning over het nieuwe ‘verenigde koninkrijk der Nederlanden’.
In de relatief korte periode van 20 jaar tijd tussen 1795 en 1815 werd er op deze manier vijf keer van constitutie, bestuur, staatsvorm en staatshoofd veranderd. De bestuurlijke indeling op regionaal en lokaal niveau in Provincies en Gemeenten die in deze periode is ontstaan bleef sindsdien wel redelijk constant. In 1821 voegde de gemeente Windeweer na een bestaan van tien jaar zich samen bij de naburige gemeente Hoogezand.
(N.B: Vanwege het koppelteken tussen Kiel en Windeweer is een hardnekkig misverstand ontstaan dat Kiel-Windeweer uit twee dorpen langs het Kieldiep zou hebben bestaan die naar verloop van tijd naar elkaar toe zouden zijn gegroeid. Dit is onjuist. Windeweer is de naam voor de gehele streek (de latere gemeente) waarbinnen de drie kanalen waren aangelegd waarlangs de koloniën ontstonden van de ‘Olde Friesche Compagnie’ (Lula / Kalckwijck), Nieuwe Compagnie, en Kiel (Kyl Compagnie). Het koppelteken staat dus voor Kiel in Windeweer; niet voor Kiel ‘en’ Windeweer. Zie: link)